Klassiek conditioneren


(Artikel is geplaatst op 1-10-2008 door Margje Koster)

Er zijn twee manieren van conditioneren, operant en klassiek conditioneren. Het klassiek conditioneren bestaat al heel lang en is uitgevonden door de heer Pavlov, een onderzoeker in de psychologie.

In het vorige nummer van Hondentips Magazine heb ik verteld over de oefening ‘rechts kijken’. Deze oefening werd met de clicker ingetraind. Je mocht niets zeggen of doen tijdens de oefening: het zogenaamde operant conditioneren van de hond. Operant houdt in dat je passief bent, als baas doe je dus niets. Je wacht af, tot de hond het gedrag toont wat je wilt hebben, dan klik je en beloon je de hond.

Naast operant conditioneren, bestaat ook het klassiek conditioneren. Bij klassiek conditioneren ben je als trainer actief bezig, in tegenstelling tot het operant conditioneren. Het klassiek conditioneren houdt in dat je gedrag uitlokt of manipuleert. Een voorbeeld bij honden is het aanleren van een rondje draaien om de eigen as, ook wel de ‘turn’ genoemd. Op onze hondenschool laten wij de baasjes kennen maken met beide manieren van trainen. De eerste is het rechts kijken op de operante manier. De tweede is de turn op de klassieke manier.

Met deze twee manieren van trainen, kun je vrijwel iedere oefening aanleren. Het ronddraaien om de eigen as heeft net als het rechts kijken haast geen functie. Ik zeg ‘haast’ om dat het soms wel heel goed van pas kan komen. Heeft een hond stress, dan kan deze oefening vaak worden ingezet om de hond te ontspannen. De meeste honden vinden dit namelijk een hele leuke oefening. Maar je kunt ook andere dingen bedenken, zo laten sommige mensen hun hond draaien op de deurmat om hun poten te vegen!

Het intrainen van de draai om de eigen as gebeurt met clikcer en voer. Het is het meest handig om het voer in je rechterhand te hebben en de riem en clicker in je linkerhand. Je laat de hond voor je zitten. Je rechterhand is gevuld met brokjes. Je brengt je rechterhand naar de neus van de hond en zet je rechterbeen recht, 1 stap, naar achteren. De hond snuffelt aan je hand en jij trekt je hand naar achteren, totdat de hond onder je lichaam staat. Voor deze actie kun je al klikken en belonen. Na de klik begin je weer opnieuw. Je zet dehond voor je, brengt je rechterhand vol brokken (je hand is dicht) naar de neus van de hond, zet je rechterbeen recht naar achteren, lokt de hond onder je lichaam, maar in plaats van nu te klikken en een brokje te geven, ga je met je hand naar recht, zodat de hond meedraait tegen de klok in. Hiervoor kun je weer klikken en een brokje geven. Je hebt nu geklikt op een kwart van het rondje. Begin weer met de hond voor je, lokt hem onder je lichaam, breng je hand naar rechts en draai door totdat de hond een halve draai gemaakt heeft. Klik dan en geef een brokje. Zo ga je door, totdat je het hele rondje gedraaid hebt. Misschien heeft je hond het zo snel door, dat je al die tussen stapjes van klikken bij een kwart en een half niet nodig hebt. Nu wil je natuurlijk niet altijd met je hand naar zijn neus hoeven om hem te laten draaien. Als het goed gaat met de lage draai, hou dan je hand hoger en maak een weide ronde met je hand. Gaat dat goed, maak dan het rondje steeds kleiner. Totdat je rechtop kunt staan, een klein rondje met je hand kan draaien, lichtjes om je pols en je hond een draai om zijn eigen as maakt tegen de klok in.

Waarom is dit voor ons trainers belangrijk? Wij zien bij deze oefening meteen welke baas aansluit op zijn hond, zich aanpast aan het tempo van de hond en wie niet. Ook zien we welke baas een stap hoger durft te gaan als het goed gaat en de baasjes die liever veilig laag blijven draaien. Het allerbelangrijkste waar we op letten is of de baas een stapje terug gaat als het niet lukt. Dit is zo belangrijk omdat elke oefening uit stapjes bestaat. Soms ga je net een stapje te ver en begrijpt je hond het niet meer. Ga dan terug naar het stapje waar het nog wel goed ging. Je hond denkt dan: ‘ohh bedoelde je die!’ als dat goed gaat, kun je wel een stapje hoger gaan. Ook is het een kwestie van durven. Durf maar hoog in te zetten, als je maar inziet wanneer je terug moet en je realiseert dat je altijd positief moet afsluiten.

Wat we ook zien is dat veel mensen het rechterbeen vergeten. In de oefening kun je lezen dat het rechterbeen een stap naar achteren moet worden geplaatst. Ten eerste is dat voor jou veel makkelijker draaien. Je lokt de hond onder je, waardoor je verder van je af kunt draaien. Ten tweede is het minder bedreigend voor de hond. Je hoeft nu namelijk niet over hem heen te hangen, wat zeker voor jonge honden eng kan zijn.

In de tweede praktijkles hebben wij op de puppycursus hondjes vanaf negen weken die naar rechts kijken en een draai om hun eigen as maken! Naast dat het heel grappig is om te zien hoe die kleine beestjes dat allemaal doen hebben wij als trainer een schat aan informatie verzameld over hoe de hondjes en vooral de baasjes leren. Daarnaast hebben we de basis gelegd voor het aanleren van gehoorzaamheid.

Het operant en het klassiek conditioneren is waarmee we de honden alles aan kunnen leren. Baasjes hebben nu twee ‘funoefeningen’ die ze kunnen gebruiken als hun hond last heeft van stress en natuurlijk om thuis te laten zien! Op het filmpje kun je de stapjes van de ‘Turn’ zien. Natuurlijk kan mijn hond, Biko, deze oefening al, daarom gaan de stapjes snel. Je krijgt zo wel een idee van hoe de oefening werkt.

Belang van socialisatie vóór de leeftijd van 12 weken

Veel pups mogen mee naar huis als ze 7 of 8 weken. Uit onderzoek is gebleken dat pups van 7,5 week de ideale leeftijd hebben om naar hun nieuwe baasje te gaan. Hun nieuwsgierigheid is nog groot en zo wennen ze makkelijk aan hun nieuwe omgeving. Na de leeftijd van 7,5 week gaat de angst voor  nieuwe dingen het langzaam winnen van de nieuwsgierigheid. Daarom is het heel erg belangrijk om pups uiterlijk met 8 weken in huis te nemen. Nooit mag een pup voor het 7 weken oud is het nest verlaten. De pup leert dan nog heel veel van zijn moeder en nestgenootjes. Ook is het in Nederland bij wet verboden een pup te verkopen die jonger is dan 7 weken. Trap niet in smoesjes van bepaalde fokkers dat de moeder de pups zat is, of dat ze hun nest kunnen verlaten omdat ze niet meer bij hun moeder drinken. Het is normaal dat de moederhond de pups steeds langer alleen laat en ze soms zat lijkt te zijn. Ze komen steeds meer op een leeftijd dat ze zichzelf meer moeten redden en dat zie je aan de moederhond. De pup leert nog wel veel van zijn moeder en ook van zijn broertjes en zusjes.

lees verder over belang van socialisatie vóór de leeftijd van 12 weken


Angst bij honden

Veel gedragsproblemen van honden hebben als onderliggend probleem dat de hond angstig is. Angst is een heel breed begrip, een hond kan bang zijn voor een vuilnisbak als het schemert buiten, maar een hond kan ook bang zijn voor alles wat hij buiten tegen komt.

lees verder over angst bij honden


Sneeuwtips

Een hond kan best tegen een beetje kou, als hij maar in beweging blijft!
Sneeuw kan echter gevaarlijk zijn voor een hond. Bevroren sneeuw kan heel scherp zijn. Sneeuw heeft ook nog de neiging om vast te gaan zitten tussen de voetkussentjes van de hond. Dit kan gaan snijden en lelijke wonden veroorzaken. Ook doet dit erg zeer natuurlijk.

lees verder over sneeuwtips


Lees oudere artikelen over honden.